Joggend naar het knapenkoor

Mark Tijsmans uit Flikken verloochent zijn roots niet

Er zijn van die mensen bij wie werkelijk alles lijkt te lukken. Vierendertig is hij en al een gevierd acteur en entertainer. Zijn eerste tv-rolletje had hij in De Kotmadam, maar de personages Benny in Thuis en Pasmans in Flikken maken hem pas goed groot. Al blijft hij bescheiden bij zoveel succes. Het had trouwens duchtig anders kunnen lopen. Vóór hij besefte dat zijn echte roeping bij het acteren lag, overwoog hij heel even om priester te worden. Mark Tijsmans in enkele woorden? Getapt, getraind en prettig gewapperd.

Wanneer ik hem ontmoet, heeft hij er net een rondje nachtbraken opzitten. «Spontaan uitgebarsten partijtje wegens de crimineel goeie kijkcijfers van Flikken» , klinkt het. En inderdaad, de eerste Flikken van het vijfde seizoen heeft zijn entree niet gemist. Ruim 1.220.000 kijkers en een marktaandeel van 51 procent, dat moet je verdienen. Tel daarbij de duizenden Vlamingen die ooit een van de musicals zagen waarin hij schitterde, en het plaatje is helder.

Mark Tijsmans werkt voor het grote publiek en heeft daar niet de minste moeite mee. Mij zul je nooit neerbuigend horen doen over soaps en andere populaire genres. Ik heb zelf in soaps gespeeld, en de dag dat Flikken stopt, keer ik er met plezier naar terug. Vanmorgen belden ze me van FC De Kampioenen. Of ik een gastrolletje wou spelen? Ik hapte meteen toe."

Benieuwd of hij ook happig is op een peiling naar zijn religieuze roots. Komt Mark Tijsmans vandaag nog wel eens in een gebedshuis? Niet elke week, maar toch af en toe. Zo durf ik wel eens te zitten in een huwelijksmis. En laatst was ik in Oostduinkerke aan het fietsen, toen ik plotseling een kapelletje in het vizier kreeg. Dan wil ik daar dus even afstappen, hé.

«Voor een opname van Flikken stationeerden we ooit in een idyllisch dorpje op de Gentse buiten. Ik ging de plaatselijke kerk binnen, bleef er een tijd zitten. Het zijn van die plekken waar je voelt dat er meer aan de hand is. Plekken om na te denken, tot rust te komen, van de stilte te genieten.»

Al kan stilte een mens ook verpletteren. Mark Tijsmans weet er alles van. «Toen ik die roeping tot het priesterschap meende te voelen, werd ik ontvangen op het seminarie van Antwerpen en volgde ik een roepingenweekend in de abdij van Westmalle. Ik voerde er prachtige gesprekken met monniken, maar was zo blij toen mijn vader me weer kwam ophalen. De stilte maakte me gewoon gek. Zon weekend is de beste manier om erachter te komen hoe stevig die roeping van je wel is.»

Niet stevig genoeg, dus. Al houdt religie hem tot de dag van vandaag bezig. Een verhaal dat al heel vroeg begon. «Eigenlijk heb ik het nooit anders geweten. Mijn ouders waren parochiaal betrokken en dan duik je haast automatisch zelf in die wereld. Als kind ging ik mee op catechesekamp. Toen ik negentien was, ging ik die kampen zelf leiden. Ik stopte er pas mee toen ik naar het conservatorium trok. Omdat het niet meer te combineren viel, niet omdat ik het niet meer wou doen.»

Mark Tijsmans praat met zichtbaar genoegen over zijn tijd als vormselcatecheet. «Ik heb altijd graag met kinderen gewerkt. Ik ben zelf tweede in een gezien van vijf en heb dus altijd veel jonge gasten om me heen gehad. Professioneel stak ik bijzonder veel op van die kampen. Niet enkel daar trouwens, ook als leider bij de Chiro. Je leert er hoe je een publiek kunt animeren. Dat je daarbij al eens ongegeneerd op je bek gaat, neemt niemand je kwalijk. Komt daar nog bij dat je er moet samenwerken met mensen met wie het eigenlijk niet zo goed klikt. Das een belangrijke sociale les voor later.»

«En bovenal, ik hield aan die periode heel wat vrienden over. Mensen die ik niet wekelijks zie, maar met wie het bij een weerzien meteen weer klikt zoals toen. Je moet een kat een kat noemen: die catechese was vooral heel veel lachen en plezier maken. Stel je er geen catechismuslessen van honderd jaar geleden bij voor. Ik was een van de jongere catechisten. Had dan wel minder levenservaring dan collegas van zestig, maar stond dichter bij de leefwereld van de jongeren. Ik was niet zo gek veel ouder dan de vormelingen zelf en vond het heerlijk om hun mening te horen over geloven.»

Alles welbeschouwd is Mark Tijsmans niet het type dat met cynisme op zijn katholieke opvoeding terugblikt. Of toch?
«Hoegenaamd niet. Ik ontmoette in mijn leven heel wat priesters, van proosten tot pastoors. Bijna allemaal waren het heel toffe types. Mensen aan wie je heel veel had. Ik weet dat het niet erg bon ton is om dat te zeggen, maar het is wel zo. Het is een beetje zoals zeggen dat je een heel gelukkige jeugd hebt gehad. Ook dat komt deze dagen niet erg spectaculair over. Maar ook dat is de waarheid. Saai leven heb ik» , ginnegapt hij. Het cliché doorprikt: Mark Tijsmans is het levende bewijs van dat je niet onder tormenten gebukt hoeft te gaan om artistiek van betekenis te zijn.

Of hij in zijn hippe werkkring wel eens over religie boomt? «Je zult het niet geloven, maar gisterenavond had ik het er op dat feestje nog over met mijn producer. Ook de regisseur en Ludo Hellinx (Raymond in Flikken) kwamen erbij zitten en vóór we t wisten waren we in een geanimeerde conversatie over het hiernamaals beland. Een heel fijn gesprek was dat. Het is dus helemaal geen taboe om in artistieke middens over geloof te praten, zeker niet als je mensen al een tijd kent. De Flikkenploeg werkt nu al vijf jaar samen en dat schept een band.»

HETE SOEP

De Kerk benadert Mark Tijsmans mild, al heeft hij het niet altijd onder de markt met het instituut. Het recente homodocument van de Congregatie voor de Geloofsleer bijvoorbeeld vindt hij op zn zachts gezegd niet erg verstandig. «Zon document kwetst mij en met mij de hele holebigemeenschap. Heel oprecht, ik vind het erg beledigend. Voor mijn gevoel heeft het ook helemaal niets te maken met de boodschap die de Kerk eigenlijk zou moeten uitdragen. Ikzelf heb nooit enige tegenstelling ervaren tussen mijn geaardheid en mijn geloof.»

«Weet je, ik vrees dat Rome alle binding met de samenleving heeft verloren. Je kunt daar boos of droevig om worden, maar het haalt niets uit. Alleen heel jammer dat dergelijke uitspraken het aanvaardingsproces van jongeren, en meer nog dat van hun ouders, kunnen bemoeilijken. Vergeet niet dat ook vandaag nog heel wat gelovigen gewicht heffen aan de woorden van de paus. Al besef ik natuurlijk wel dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend.»

«De basis gaat heel anders met homoseksualiteit om dan wat Rome decreteert. Ik kan je zo twee priesters noemen die met plezier mijn relatie zouden willen inzegenen. En toen een moeder, in zak en as, opwierp dat haar homoseksuele zoon van de paus de communie niet mocht ontvangen, vroeg de priester in ons gezelschap of die paus dan misschien in de buurt was om staat op te maken. Neen dus.»

Vergevensgezindheid, de ander naar waarde schatten en respecteren, het zijn enkele van de houdingen die Jezus Christus op het lijf geschreven waren. Mark Tijsmans is evenmin ongevoelig voor het sociale beestje in zichzelf. De invloed van zijn geloof? «Dat ik uit een groot gezin kom en een sociale studierichting volgde, zal wel bepalender zijn geweest» , aarzelt hij. «Vóór ik naar het conservatorium toog, studeerde ik bijzondere jeugdzorg. Al is het geloof wel een omkledende jas, een middel. Het geeft het goedzijn zin.»

Geloof als bron van troost, laten we het daar eens over hebben.
«Nou, de vraag is of ik al wel echt behoefte heb gehad aan troost. Echte catastrofes zijn me totnogtoe niet overkomen. Ik heb mijn grootouders wel verloren, maar toen was ik nog vrij jong. En voor de rest, ik heb mijn ouders nog, familie, vrienden, een heerlijke job. Ja, ik prijs me gelukkig.»

KUNST EN KITSCH

Zullen we er nog één stellinkje tegenaan werpen. Wie troost zegt, denkt daar in de beste Wim Kayzer-traditie schoonheid bij. Schoonheid als bron van geloof. Mark Tijsmans herkent het wel.
«Ik ben verzot op goede knapenkoren, zoals je die in Engeland nog vindt. Het is een wilde droom van me om ooit een klassieke cd op te nemen met zon knapenkoor. Ik hou er overigens wel van te balanceren op de lijn tussen kunst en kitsch. Majestueuze orgelmuziek, die mag best een beetje té barok klinken.»

Knapenkoren en barok. Hier hangt mystiek in de lucht.
Mark Tijsmans: «Het is maar wat je mystiek noemt. Ooit waren we met de hele familie op bezoek in een abdij. Ik herinner me nog levendig hoe de zon plotseling door de wolken brak en een kruisbeeld bescheen. Tja, als kind kan je niet anders dan daar God achter vermoeden.»

«Of ik dat soort ervaringen nog heb? Ik ben een nogal fanatieke jogger. Meermaals per week vind je me in de bossen. Tijdens die trainingen schiet me wel eens een ideetje voor een liedje of tekst te binnen. Zomaar ineens, terwijl twee seconden daarvoor van een ingeving nog geen sprake was. Voor mijn part mag je dat een mystieke ervaring noemen.»

De toekomst, tot slot? «Ik werk aan een jeugdboek, boks een one-man-theatershow in elkaar en wil ooit een huis op het platteland. Nog dromen te over.» En weg is hij, de Antwerpse Graanmarkt op. Landerigheid is wel het laatste waarvan je deze man kunt verdenken, bedenk ik. Ongevraagd speelt dat melodietje van Bram Vermeulen door mijn kop, «Daar loopt een doodgewone jongen.»

Die Tijsmans? We horen er nog van.

Bron: Kerk & Leven (september 2003)