Close-Up: Mark Tijsmans

Lopen is een fantastische opwarming voor de stem.

Momenteel treedt Mark Tijsmans op in de musical Romeo en Julia. Een eerdere reeks voorstellingen noemt hij ‘het fysieke en artistieke hoogtepunt in mijn carrière’. Tijsmans werd bekend als acteur in de tv-series Thuis en Flikken. Tussenin was hij jarenlang een van de zogeheten rappers van Ketnet. Tijsmans woont in een eenvoudig rijtjeshuis in Antwerpen. Zo nodig koestert hij soberheid en ascese. ‘Je kunt perfect met een kater zingen. Maar niet vaker dan één keer per week.’

Lopen en werken

Mark: Als ik het heel druk heb, bijvoorbeeld tijdens een serie opnames van Flikken, kan ik maar eenmaal per week lopen. Ik voel me dan niet lekker, het lichaam schreeuwt om beweging, mijn humeur verslechtert. Mijn collega’s herkennen dat onderhand. Als ik na zoveel dagen opnieuw de loopschoenen kan aantrekken, ben ik opgelucht.

Lopen en zingen

Mark: Lopen is een fantastische opwarming voor de stem, zei mijn zangleraar. Er bestaat namelijk een bepaalde overeenkomst tussen beide: de juiste ademhaling is voor 99 procent gelijk. Hoe die hoort te zijn? Ga op de rug liggen, adem via de buik en het middenrif, laat de borstspieren ongebruikt. Zo moet dat.

Uit de band

Mark: Niks is leuker dan lekker eten en drinken. Maar niks is zo erg als dat tijdens een voorstelling moeten uitzweten. Ik ben een groot liefhebber van wijn en streekbieren, maar als ik moet optreden, houd ik me in bedwang en daar moet ik mezelf heus geen geweld voor aandoen. Dan eet ik ook vrijwel alleen konijnenvoer, zoals dat heet: sla en groente. Als het moet, leef ik ascetisch. Er zijn zangers en acteurs die de verleiding niet kunnen weerstaan en zich in het ongeluk storten. Ik begrijp het wel: na de opvoering giert de adrenaline door je lichaam en kun je nog uren op de been blijven. Maar dat gevoel is bedrieglijk. David Davidse heeft eens gezegd: je kunt perfect met een kater zingen. Jawel, maar niet vaker dan pakweg één keer per week, anders gaat je stem kapot.

Favoriet parkoers

Mark: Het Peerdsbos in Brasschaat. Aanvankelijk liep ik er een rondje van 20 minuten, dan van 30,45 en tenslotte 60 minuten, volgens een lussensysteem dat ik stapsgewijs heb uitgebreid. Dat is handig als ik toevallig niet veel tijd heb. Maar inmiddels neem ik met 20 en 30 minuten geen genoegen meer.

Afwisseling

Mark: Als ik me goed voel, wil ik graag een paar keer een poosje versnellen. Voor mijn langste ronde heb ik 57 tot 63 minuten nodig. Soms wordt op een bepaald punt duidelijk dat ik tempo moet beginnen maken als ik onder het uur wil blijven. Dat stimuleert mij.

Beroemdheid

Mark: In het weekeinde lukt een snelle ronde niet. Er zijn dan zoveel mensen in het bos, die me ook nog herkennen, zodat ik bijna de hele tijd bezig ben goeiendag te zeggen. Dat is eigenlijk wel grappig: er wordt verwacht dat ik doe alsof ik die mensen ken. Twee maanden geleden werd ik aangevallen door twee honden, twee dalmatiërs, ik ken dat ras van de gelijknamige tekenfilms. De bazen van de honden reageren soms heel vreemd wanneer een loper hun pad kruist. Ze doen alsof niet hun loslopende hond, maar de loper zich op verboden terrein bevindt. Een van hen heeft me eens boos toegeroepen: het is niet omdat je beroemd bent, dat je je alles mag permitteren.

Boete

Mark: Het beste medicijn tegen een kater is lopen. Hoofdpijn hebben en hopen dat het tijdens het lopen overgaat. Of beter: daar vast op rekenen. Schandelijk dat je weer een keer te veel gedronken hebt, maar je weet dat er zo meteen niets meer van overblijft. Dan mag het lopen best een keer moeite kosten, als penitentie zeg maar. Dat zijn dan ook de rondjes van 63 minuten.

Trots

Mark: Tijdens de repetities van Romeo en Julia zijn we, onder leiding van een Frans team, tien weken lang zeker twaalf uur per dag in touw geweest: zingen, dansen, bewegen. Dat was driemaal meer dan we in Vlaanderen gewoon waren. Dan merk je dat het sporten je een voorsprong heeft bezorgd. Na de première was ik apetrots.

Geluk

Mark: Ik moet uitkijken, ik zou mezelf wel eens in een emotionele crisis kunnen storten. Lopen helpt daarbij. Het brengt rust en zelfvoldoening. Als ik in mijn eentje door het bos draaf, bij wat weer dan ook, word ik soms overmand door puur geluk. Ik krijg het gevoel dat ik in volstrekte harmonie verkeer met mezelf en met de wereld. Alles is goed, denk ik dan.

Bron: Runner's World (januari 2004)